Moniek 2011

Ruth

Ruth

Jaren gaan voorbij.
In het stadje Bethlehem woont Naomi met haar man.
Ze hebben twee zonen.

Maar er komt hongersnood in het land.
Ze besluiten uit Bethlehem weg te gaan.
En met alles wat ze hebben gaan ze op reis naar een ver en vreemd land.
Daar blijven ze wonen.

Na een tijdje gaat de man van Naomi dood.
De twee jongens worden groot.
Ze trouwen allebei met een meisje uit dat land.
Het ene meisje heet Orpa,
het andere Ruth.

Tien jaar later worden de twee zonen erg ziek.
Zij sterven ook.
Naomi blijft alleen achter,
zonder kinderen en zonder man.
Ze heeft alleen nog haar schoondochters,
Orpa en Ruth.

Dan hoort Naomi dat de hongersnood in haar vaderland voorbij is.
Ze zegt tegen haar schoondochters:
'Ik ga terug naar Bethlehem.
Er is daar weer te eten.
Blijven jullie maar hier, in je eigen land.
'Nee,' zegt Ruth tegen haar, 'ik laat u niet alleen.
Waar u heen gaat, daar ga ik ook heen.
Waar u woont, daar wil ik ook wonen.
Bij uw volk wil ik horen, uw God wil ik dienen.'

Samen gaan ze dan naar Bethlehem.
De mensen daar zijn net bezig om het koren binnen te halen.
Ze zien de twee vrouwen aankomen.
'Kijk nu toch eens,' zeggen ze tegen elkaar,.
'daar is Naomi weer.'
En al vlug weet iedereen dat Naomi terug is.

Ruth gaat naar de akkers buiten de stad.
Ze raapt de korenaren op die op de grond zijn blijven liggen.
Dan kan ze er thuis brood van bakken.
Toevallig komt ze op het land van Boaz.
Als die haar ziet, vraagt hij aan een knecht van hem:
'Wie is die vrouw daar?'
'Dat is Ruth,' antwoordt de knecht. 'Die buitenlandse vrouw, die met Naömi is meegekomen.'
Boaz is erg aardig voor haar.
Hij zegt tegen zijn knechten:
'Laat maar veel korenaren voor haar liggen.'
Als het etenstijd is, roept Boaz:
'Ruth! kom toch bij ons zitten en eet met ons mee'
En Ruth mag zoveel eten als ze maar wil.

Als ze die avond thuiskomt, is Naömi heel blij.
'Wat heb je veel aren opgeraapt!' zegt ze tegen Ruth.
'Waar ben je geweest?'
'Op het land van Boaz, een heel aardige man,' antwoordt Ruth.
'Boaz? Die ken ik, 'zegt Naomi.
'Hij is nog familie van ons ook.
Ga morgen maar weer naar zijn akker.'

Boaz is naar de stadspoort gegaan.
daar zijn altijd veel mensen.
Hij zegt tegen hen:
'Ik wil niet dat Ruth en Naomi alleen blijven. Ik trouw met Ruth.'
Daar zijn ze het allemaal mee eens.
'We hopen dat jullie heel gelukkig worden,'zeggen ze tegen Boaz.
Later krijgen Ruth en Boaz een kind. Een jongentje. Naomi tilt het op.
Ze is nu ook een beetje zijn moeder!
En alle mensen in de stad roepen:
'God is goed. Er is weer een zoon in de familie van Naomi!‘

Als deze zoon groot geworden is krijgt hij kinderen en kleinkinderen.
Een van die kleinkinderen is David.

(Kijkbijbel 94-105, uit Ruth)
 

Klik hier om dit verhaal in de Bijgel (NBV 2004)  te lezen