Bijbelbagageverhalen > de verhalen > Op weg naar het paasfeest
Anne 2014

Op weg naar het paasfeest

Jezus is met zijn leerlingen op weg naar Jeruzalem.
Ze zijn er al bijna.
Gij roept twee van zijn leerlingen bij zich.

Hij zegt tegen hen:
'Gaan jullie maar vooruit.
onderweg zul je
een ezel met haar veulen zien staan.
Breng die hier bij mij.
Als iemand vraagt:
"Wat doen jullie daar?"
dan moet je zeggen:
"De Heer heeft ze nodig."
Straks brengen we de ezels weer terug.'
De twee leerlingen halen de ezels en brengen ze bij Jezus.
Ze leggen allemaal hun mantels op de rug van de ezel.
Jezus gaat erop zitten.
Zo rijdt hij naar Jeruzalem.

Veel mensen staan te kijken.
Jezus lijkt wel een koning!
Zij trekken hun mantels uit en leggen die op de weg.
Ze plukken ook takken van de bomen.
Die leggen ze ook op de weg.
Jezus mag er overheen rijden.
Ze roepen en zingen:
'Groot is onze koning, de zoon van David!
laat God hem zegenen.
God heeft hem naar ons toegestuurd.
Groot is onze God in de hemel!'
Zo rijdt Jezus de stad binnen.
De mensen komen uit hun huizen en vragen:
'Wie is dat toch?'
'Dat is Jezus, de profeet, uit Nazaret!'
roepen de anderen.
'Je weet toch wel
wat de profeet Zacharia vroegere heeft geschreven:
"Let op, mensen van Jeruzalem,
Uw koning komt eraan.
Hij is heel gewoon en rijdt op een ezel." '

Jezus en zijn leerlingen willen het paasfeest vieren.
De leerlingen maken alles klaar voor het eten.
Ze zetten ook het brood en de wijn op tafel.
Dan wordt het avond
en gaan ze allemaal aan tafel.

Onder het eten zegt Jezus opeens:
'ik moet jullie iets zeggen.
Een van jullie zal mij verraden.'
Ze schrikken heel erg.
Een voor een vragen ze: 'Ik toch niet, heer?'
Maar dan gaat er een van hen naar buiten, Judas.
Hij gaat tegen de hogepriester zeggen
hoe zij Jezus gevangen kunnen nemen.
De anderen zitten nog te ten.
Jezus neemt het brood in zijn handen.
Hij dankt God voor het eten.
hij breekt het brood in stukjes
en deelt het uit.
Hij zegt. 'Neem dit brood en eet ervan.
het is mijn lichaam.
Zo geef ik mijn leven aan jullie.'
Dan neemt hij de beker met wijn en dankt God.
Hij geeft de beker door aan zijn leerlingen.
Hij zegt: 'Neem deze beker en drink eruit.
het is mijn bloed.
Zo geef ik mijn leven aan jullie.
Je zonden worden nu vergeven.
Je hoort helemaal bij God.'

Ze zingen psalmen en danken God.
Na het eten gaan ze naar buiten.
Ze gaan naar de tuin op de Olijfberg.

Als ze daar komen wordt het al donker.
Jezus zegt:
'Blijf hier op mij wachten.
ik ga daar verderop bidden.'

(Kijkbijbel 286-297, Mat 21: 1-11/Mt 26:17-36)

Klik hier om Mateüs 21: 1 - 11 te lezen zoals dat in de Bijbel (NBV 2004) staat

Klik hier om Mateüs 26:17-37 te lezen zoals dat in de bijbel (NBV 2004) staat