Bijbelbagageverhalen > de verhalen > Op weg naar het beloofde land

Op weg naar het beloofde land

De Israëlieten zijn gered.
Ze reizen verder,
op weg naar het land
dat God hun heeft beloofd.
Achter hen ligt Egypte, voor hen is de woestijn.

Wekenlang lopen ze door de woestijn.
Het is er dor en droog.
het water is al vlug op
en ze hebben ook niet veel brood meer.

Dan gaan ze naar Mozes toe.
Ze zijn boos.
'het is allemaal jouw schuld, Mozes!'
zeggen ze.
'Jij zei dat we uit Egypte moesten weggaan.
Waren we daar maar gebleven.
Dan hadden we tenminste te eten.'

Maar God laat zijn volk niet in de steek.
Ze vinden water.
En de volgende morgen ligt er in de woestijn
een dunne laag witte korreltjes.
'Wat is dat? roepen ze.
'Dat is een soort meel,' zegt Mozes.,
'dat hebben we van God gekregen.'
Ze doen het in manden
en bakker er brood van.
Ze noemen het 'manna'.

De reis door de woestijn is lang
en ook gevaarlijk.
Een vreemd volk valt de Israëlieten aan.
Mozes gaat en heuvel op
om tot God te bidden
Als hij zijn armen omhoog houdt,
winnen de Israëlieten.
Maar als hij zijn armen even laat zakken,
dan wint de vijand.
met hulp van twee mannen*    
kan Mozes zijn armen omhoog houden.
Zo worden de vijanden verslagen
en ze vluchten alle kanten op.

De Israëlieten reizen weer verder.
Ze komen bij de berg Sinaï.
Daar zetten ze hun tenten op.
Ze zijn moe van de reis
en willen hier een tijdje uitrusten.

Mozes klimt de berg op, naar God.
Daar op de berg roept God hem:
'Mozes, luister!'
Ik ben de Heer.
Ik ben het
die de Egyptenaren heeft gestraft
en jullie heeft bevrijd.
ik ben jullie God
en jullie zijn mijn volk.'
Dan vertelt God hoe ze met hem
en met elkaar moeten omgaan.
Mozes schrijft het allemaal op,
op twee platte stenen.
Er staat:

'Er is maar één God.
Je mag geen andere goden dienen; ik ben jullie God.
je mag de naam van God niet zomaar uitspreken.
de laatste dag van de week
moet een heel bijzondere dag zijn.
Eer je vader en je moeder.
Je mag iemand niet doodslaan.
Je mag iemand van wie je houdt, niet in de steek laten.
Je mag niet stelen.
Je mag niet liegen.
je mag niet iets van een ander willen hebben.'

Samen met het volk bouwt Mozes
een prachtige tent.
Daarin komt een gouden kist te staan.
Op het deksel zijn twee engelen gemaakt,
ook van goud.
En in die kist liegt Mozes
de twee platte stenen met de woorden van God.
Dan zegt God
'Ik ga met jullie mee.
En als vijanden je aanvallen,
zal ik je redden.'

De Israëlieten breken hun tenten weer af
en reizen verder.
Eindelijk komen ze bij het land
dat God hun heeft beloofd.
Hier mogen ze van God blijven wonen.
Wat een mooi land!
De Israëlieten zijn blij.
Ze danken God
voor alles wat hij voor hen gedaan heeft.

Kijkbijbel 82-93
*= aanpassing ajs
uit Ex & Num

 

Klik hier om het verhaal van het manna in de Bijbel (NBV 2004) te lezen

Klik hier om het verhaal van de stenen tafelen in de Bijbel (NBV 2004) te lezen