Lieke 2014

Koning David (ged.)

Weer gaan vele jaren voorbij.
De zoon van Ruth en Boaz is groot geworden.
hij is getrouwd en heeft kinderen en kleinkinderen.
Een van die kleinkinderen is David.
hij woont in Bethlehem.
Hij is de jongste thuis,
en hij zorgt voor de schapen van zijn vader.

Dan komt de profeet Samuel bij David.
God had tegen hem gezegd:
Ga naar Bethlehem en zalf de herdersjongen David.
hij zal later koning van Israël zijn.

Maar er komt oorlog.
De Filistijnen willen het land veroveren.
Koning Saul roept zijn soldaten op.
Ook de broers van David moeten mee
om tegen de Filistijnen te vechten.
Na een tijdje gaat David zijn broers opzoeken.
hij hoort dat Saul en zijn soldaten erg bang zijn.
Want elke dag komt er uit het leger van de Filistijnen een reus naar voren.
Goliat heet hij.
Hij is bijna drie meter lang.
Hij heeft een helm op en draagt een harnas.
Hij heeft ook een speer en een groot zwaard bij zich.
Hij brult:
'Wie durft met mij te vechten?'
ha, ha, jullie durven niet.
Jullie zijn bang, hè?'
Dan gaat  David naar koning Saul toe.
'Koning,' zegt hij,
'als niemand tegen Goliat durft te vechten,
dan doe ik het.
Als schaapherder heb ik leeuwen en beren verslagen.
God heeft me daarbij altijd geholpen.
Hij zal me ook nu wel helpen.'
'Goed, ga dan maar,' zegt Saul tegen hem.
Dan zoekt David in de beek vijf gladde stenen
en stopt die in zijn herderstas.
Zijn slinger houdt hij in de hand.
Als Goliat hem ziet, brult hij;
'Ha, kom maar op joch!'
David rent snel op hem af.
Hij steekt zijn hand in zijn tas en pakt een steen.
Hij slingert die weg,
precies tegen het hoofd van Goliat.
Goliat wankelt en valt op de grond:
hij is dood.
Als de Filistijnen dat zien, vluchten ze alle kanten op.

Maar de Israëlieten zijn blij!
Ze vieren feest en zingen voor David een lied:
'Lang leve David!
David is onze held!
Hij heeft de Filistijn verslagen,
hij won met slinger en steen!
Hij heeft de Filistijn verslagen,
hij won zelfs zonder zwaard!'

Jaren later gaat koning Saul dood.
De Israëlieten willen
dat David koning wordt.
En ze weten dat God het ook wil.
Ze gebeurt het.
David gaat in heen heel mooi paleis wonen,
in de stad Jeruzalem.

(Kijkbijbel 107-115, I Sam 17)

Klik hier om dit verhaal te lezen zoals het in de Bijbel (NBV 2004)  staat