Floor 2014
Wouter 2011

Jozef

Jakob is een man geworden.
Hij is getrouwd en heeft twaalf zoons.
Een van hen is Jozef.
Jozef is de lieveling van vader Jakob.
Jakob geeft hem prachtige kleren.
De broers van Jozef worden jaloers op hem.
Ze willen Jozef weg hebben.

De broers zijn herder.
Zij passen op de kudden van hun vader Jakob.
op een dag zijn ze een heel eind van huis met de schapen.
Jozef is thuis gebleven.
Jakob zegt tegen hem:
'Ga eens kijken bij je broers, hoe ze het maken.'
Jozef gaat op weg.
De broers zien hem in de verte aankomen.
Ze zeggen tegen elkaar:'Jozef moet weg.'
Ze pakken hem beet en gooien hem in een diepe put.
Er staat geen water in de put.

Een tijdje later
komen er buitenlandse kooplieden langs.
De broers halen Jozef uit de put,
en verkopen hem.
Jozef moet mee naar Egypte.
Daar moet hij hard werken.

In Egypte is een grote rivier, de Nijl.
Er wonen veel mensen en er groeit ook veel koren.
De koning van Egypte wordt farao genoemd.

Op een nacht heeft de farao een droom.
Hij droomt dat hij aan de kant van de Nijl staat.
Uit de rivier ziet hij zeven mooie, vette koeien komen.
Ze gaan langs de oever grazen.
Daarna ziet hij zeven andere koeien
uit de rivier komen.
Maar die koeien zijn mager en lelijk.
Ze komen naar die eerste zeven toe,
en eten die mooie, vette koeien op.
De volgende morgen roept de farao
alle wijze mannen uit Egypte bij zich.
Hij vertelt hun wat hij gedroomd heeft.
maar niemand kan hem zeggen
wat die droom betekent.
Dan hoort de farao
dat Jozef dromen kan uitleggen.
Hij laat Jozef komen.
"Kun jij mijn droom uitleggen?'
Jozef zegt: "Ik kan het niet, maar God wel.

'De droom is een boodschap van God.
Eerst komen de zeven mooie, vette koeien.
Dat betekent dat er in Egypte heel veel koren
zal groeien, zeven jaren lang.'
' Maar dan komen de zeven lelijke, magere koeien.
Dat betekent dat er in Egypte niets meer zal groeien,
ook zeven jaren lang.
Als u er niets aan doet, farao, komt er straks hongersnood.'

Jozef zegt: "U moet grote schuren laten bouwen
om het koren van de goede jaren in te bewaren.'
De farao antwoordt: 'Dat is een goed plan, Jozef.
Niemand is zo wijs als jij.
Ik geef jou het bestuur over heel Egypte.
Bouw jij dan zelf die schuren, en regel jij
het verzamelen en het uitdelen van het koren.'

Zeven jaren lang is er meer dan genoeg te eten.
Er wordt veel koren geoogst.
Jozef verzamelt al het voedsel in de schuren.
maar dan zijn de goede jaren voorbij.
Overal in de wereld komt er hongersnood.
Alleen in Egypte is er voedsel.
Overal vandaan komen de mensen naar Jozef.
Hij deelt het koren uit.
Zo worden de mensen gered van de honger.

Ook de broers van Jozef komen naar Egypte
om koren te kopen.
Jozef vergeeft hun dat ze hem vroeger
zo slecht behandeld hebben.
Hij zegt: 'Kom met vader Jakob naar Egypte.
Hier is brood genoeg voor allemaal.'
Jakob reist met zijn hele familie naar Egypte.
En God gaat met hem mee.

(Kijkbijbel 58-69, uit Gen. 37,41,42,46)

klik hier om Genesis 37  in de Bijbel (NBV 2004)  staat

klik hier om Genesis 41-42  in de Bijbel (NBV 2004)  staat

klik hier om Genesis 46 in de Bijbel (NBV 2004)  staat