Bijbelbagageverhalen > de verhalen > Jezus is opgestaan

Jezus is opgestaan

Als Jezus en zijn leerlingen in de tuin op de Olijfberg komen,
wordt het al donker.
Jezus zegt:
'Blijf hier op mij wachten.
ik ga daar verderop bidden.'
Jezus gaat alleen verder, de tuin in
Hij bidt tot God.

Daar komt Judas aan
met een troep soldaten.
De hogepriesters en bijbelgeleerden hebben ze gestuurd.
Ze hebben fakkels bij zich
en dragen zwaarden en stokken.
Judas wijst Jezus aan.
De soldaten nemen hem gevangen.

Ze brengen Jezus
naar het huis van de hogepriester.
Die vraagt hem:
'Bent u de Messias, de Zoon van God?'
'Ja, dat ben ik.'
De hogepriester en de andere rechters zeggen:
'Hoor je dat? Hij beledigt God.
Hij verdient de doodstraf.'

Dan brengen ze Jezus naar het paleis van Pilatus,
de Romeinse stadhouder.
De soldaten verkleden Jezus
voor de grap als koning.
Ze doen hem een rode mantel aan
en zetten een kroon van doorntakken op zijn hoofd.
Ze lachen hem uit.
Pilatus zegt:'Kijk eens hoe hij er nu uitziet,
die koning van jullie!'
De mensen roepen: 'Hij moet gekruisigd worden.'
Dan zegt Pilatus tegen zijn soldaten:
'Kruisig hem maar.'

De soldaten brengen Jezus weg.
Ze gaan de stad uit naar de heuvel Golgota.
Hij moet zelf zijn kruis dragen.
Als ze er zijn, kruisigen ze Jezus.

Maria, zijn moeder en Johannes, een van zijn leerlingen,
staan erbij.
Jezus zegt tegen Maria:
'Johannes is voortaan uw zoon.'
En tegen Johannes zegt hij:
'Maria is voortaan je moeder.'

Dan zegt Jezus:
'Ik heb gedaan wat God van me vroeg.'
Hij buigt zijn hoofd en sterft.
De vrienden van Jezus
halen zijn lichaam van het kruis af.
Ze doen linnen doeken om hem heen.
Zo hoorde dat als iemand werd begraven.
Dan brengen ze hem naar een graf
daar vlak in de buurt.
Het is een nieuwe grafkamer,
pas uitgehakt in een rots.

Zijn vrienden leggen Jezus daarin.
Ze rollen een zware ronde steen
voor de ingang van de grafkamer.
Ze gaan bedroefd naar huis.
Het is sabbat geworden.
Joden mogen dan niet werken.
Daarom verzorgen ze
het lichaam van Jezus nu niet verder.

Dan is de sabbat voorbij.
Vroeg in de morgen gaan een paar vrouwen naar het graf.
Ze willen het lichaam van Jezus verzorgen
met zalf en olie.
Maar de grafkamer staat open.
Jezus is er niet!
Wel zit er een jonge man, helemaal in het wit.
Die zegt tegen de vrouwen:
'Jezus is opgestaan uit de dood.
Hij leeft.
Zeg dat maar tegen zijn leerlingen.

Diezelfde dag zijn er twee leerlingen van Jezus
op weg naar Emmaüs.
Dat is een dorp dicht bij Jeruzalem.
Ze vinden het heel erg dat Jezus dood is.
Ze praten er de hele tijd over.
Dan komt er iemand bij hen lopen.
Dat is Jezus. Maar ze zien niet dat hij het is.
Hij vraagt waar ze met elkaar over praten.
Ze zeggen tegen hem:
'Wij praten over Jezus.
Wij hoopten dat hij ons volk Israël zou bevrijden.
maar de leiders van het volk hebben hem gekruisigd.
nu is hij dood.
Een paar vrouwen zeggen dat hij leeft.
Die zijn bij zijn graf geweest,
maar daar was hij niet meer.'
Jezus zegt tegen hen:
'Alles wat er met hem gebeurd is, staat al in de bijbel.
God wilde dat dit allemaal zo gebeurde.
Geloven jullie dat dan niet?'

Ze komen in Emmaüs.
De mannen vragen aan Jezus:
'Blijf toch bij ons eten,
het wordt al donker.'
Jezus gaat met ze mee naar binnen.
Ze gaan aan tafel.
Jezus dankt voor het eten.
hij neemt het brood.
hij breekt het in stukjes en geeft het aan de mannen.
Opeens zien ze dat het Jezus is.
Maar dan is hij weg.
De mannen zeggen tegen elkaar:
'Wat heeft hij ons de bijbel goed uitgelegd.'
Ze gaan meteen terug naar Jeruzalem.
Daar vertellen ze het grote nieuws aan de anderen:
'De Heer is echt uit de dood opgestaan.

Opeens staat Jezus tussen zijn leerlingen.
Ze schrikken heel erg.
Maar Jezus zegt:
'Ik ben het.
Mij hebben ze gekruisigd.
kijk maar goed.
in de bijbel staat toch geschreven:
"De Messias moet pijn lijden en sterven.
maar op de derde dag zal hij uit de dood opstaan." '
Nu zijn ze allemaal blij.
Ze weten: Jezus leeft.

(Kijkbijbel 298 (*kleine wijziging in het begin)-Marc 14-16/Joh 19:26,27&30/Luc 24:13-41)

 

Klik hier om te lezen hoe het Paassevangelie in de Bijbel (NBV 2004) verteld wordt door de evangelist Lucas