Bijbelbagageverhalen > de verhalen > Gelijkenis van het uitgeleende geld
Renée 2011

Gelijkenis van het uitgeleende geld

'Kom', zei Jezus tegen zijn vrienden.
'We moeten weer verder. We komen steeds dichter bij Jeruzalem'
‘Als we in Jeruzalem komen,' vroeg Petrus,
'wordt het dan zo als God bedoeld heeft, een stad met vrede?'
'Denk je dan dat dat zomaar gebeurt?' vroeg Jezus.
'Denk je dat echt? zoiets, denk ik hangt toch ook van de mensen af.'
'Daar moet God toch voor zorgen,' zei Johannes. 'Dat kunnen mensen toch niet.'
'Zou God zonder de mensen kunnen?' dacht Jezus
'Zou je van God iets merken als er geen mensen zijn die iets van Hem laten merken?'

Hij vertelde aan zijn vrienden dit verhaal:
Er was een rijk man, een koning, hij had drie bediendes.
Die man ging naar een ver land en gaf alle drie de bediendes een briefje van honderd euro.

De eerste keek blij.
‘Ik ga twee schapen kopen,' zei hij.
'Die zijn € 45,-- per stuk.
Van de € 10,00 die ik dan nog over heb koop ik hout voor een schapenhok.'
De tweede keek ook blij.
'Ik ga een ezeltje kopen' zei hij.
'Dat kost € 75,--. En dan nog een wagentje erachter. Ik weet er eentje van € 25,--.'

De derde keek naar het geld.
Hij zei: 'Ik kijk wel uit.
Je weet nooit met zo'n rijke man.
Die hoort streng te zijn.
Weggeven hoort niet bij hem.
Ik bewaar het geld goed.
Ik kom er niet aan.
Ik stop het in een kistje en begraaf het in mijn tuin op een plek die niemand kent.
Wanneer ik het terug moet geven hoef ik het dan alleen maar op te graven.
Dan kan hij me nooit op mijn kop geven als hij thuis komt en mij vraagt
"Wat deed je met mijn geld?"
Zo was die derde bediende.

De eerste bediende zorgde voor de schapen.
Zijn schapen kregen elk 2 lammetjes.
Daar zorgde hij ook goed voor.
Toen ze groot waren, heeft hij ze verkocht op de markt.
En zijn schapen heeft hij geschoren toen het warm was.
De wol verkocht hij op de markt.
Nu had hij wel € 200,-- (4x € 45 per schaap + € 20 wol)

De tweede verdiende goed met het rijden.
Hij had tenslotte wel € 100,-- contant

Toen kwam de rijke man, de koning, terug.
'Laat maar eens zien', zei hij, 'wat jullie gedaan hebben.'

'Kijk eens in de tuin,'zei de eerste, 'daar staan mijn schapen.
En kijk eens wat ik in mijn hand heb.
Die honderd euro is tweehonderd geworden.
'Dat is fijn', zei de koning, 'als  je met weinig geld zoveel kan, kun je vast nog meer.
jij mag van mij burgermeester worden van een stad.

'Kijk eens op het erf', zei de tweede.
Daar staat mijn ezel.
Kijk eens wat ik met hem verdiend heb:
honderd euro erbij!'
'Dat is fijn', zei de koning.
'Jij mag ook burgermeester worden. Van een dorp.

De derde man zei alleen maar:
'Hier is het geld.
ik dacht, hij zal wel streng zijn.
Ik dacht, hij zal wel terug willen hebben wat hij geeft. Plus wat ik erbij verdiend zou hebben.
 De rijke man zei: 'Als jij denkt dat ik streng ben, wordt het ook nog eens waar.
Jij doet niets met wat ik geef.
geef het maar aan de andere twee.
Die hebben er tenminste wat aan.'

Als je geld krijgt moet je er wat mee doen.
Als je de kans krijgt om de wereld zo te maken als God zou willen dan moet je die kans ook gebruiken.
Al is het maar een klein beetje.

(Woord voor Woord (enigszins bewerkt) NT, pag 88-90, Lucas 19:10-28)

 

Klik hier om dit verhaal te lezen zoals het in de bijbel (NBV 2004) staat