Bijbelbagageverhalen > de verhalen > De Lievelingszoon
Mandy 2014
Ilse 2011

De lievelingszoon

Vader Jacob had twaalf zonen, zoveel als de 12 maanden van het jaar.
Maar hij hield het meeste van Jozef en Benjamin.
Benjamin was de jongste.
En Jozef de eerste zoon van zijn geliefde vrouw Rachel die gestorven was.
Het was een bijzondere jongen.
Hij dacht veel na en praatte vaak met zijn vader.
Hij vroeg hem misschien waar de sterren vandaan kwamen
en waar het eind van de wereld was.
En waarom zijn moeder gestorven was toen Benjamin geboren werd.
Jozef dacht liever dan dat hij met zijn handen werkte.
Toen hij groter werd, moest hij toch de schapen hoeden,
samen met zijn broers.
Hij was nu zeventien jaar.
Als ze weer thuiskwamen,
vertelde Jozef aan zijn vader wat er allemaal gebeurd was.
ook als zijn broers verkeerde dingen hadden gedaan.
Zijn broers waren dan woedend.
En nu was er nog iets bijgekomen.
Voor Jozef, en voor Jozef alleen
had vader Jacob een hele mooie jas laten maken.
Zijn broers liepen in gewone oude grauwe jassen
en Jozef in zijn schitterende jas.
'Zeg, daar loopt hij, trots als een pauw!'
‘Kijk toch eens,' riep Jozef, 'wat ik van vader gekregen heb!'
Hij was zo blij dat hij niet eens merkte
hoe jaloers zijn broers naar hem keken.
Nu konden ze hem helemaal niet meer uitstaan!
'Hij doet of hij een prins is, die opschepper in zijn vadermantel!'
Zijn broers praatten er veel over onder elkaar.
Zo werd het meer en meer elf tegen één.

Op een morgen vertelde Jozef een droom aan zijn broers.
'Luister eens, wat ik vannacht gedroomd heb!
We waren met z'n allen op het veld bezig met korenschoven binden.
opeens ging mijn schoof rechtop staan.
En jullie schoven in een kring om me heen en ze bogen zich neer.'
Toen riepen de broers spottend:
'Wil jij soms over ons de baas gaan spelen en koning worden?'
Ze kregen een nog grotere hekel aan hem.

Niet lang daarna vertelde Jozef weer een droom:
Luister, de zon, de maan en elf sterren die bogen zich voor mij neer.'
Zij vader hoorde het ook.
'wat denk je wel?
Dat wij voor jou zullen buigen?'
Ben jij belangrijker zelfs dan de zon, de maan en de sterren?'
Zijn broers bleven kwaad, maar zijn vader dacht erover na.

Nu gebeurde het dat de broers met hun kudden op weg waren om ze te weiden.
Vader Jacob zei tegen Jozef:
Ga eens kijken hoe je broers het maken en hoe het gaat met de kudde.
'Ik lijk wel de opzichter van mijn broers,'dacht Jozef'
hij had helemaal geen zin om te gaan.
Na lang zoeken vond Jozef de kudde van vader.
De broers lagen in de schaduw van de struiken.
Ze zagen Jozef aankomen.
'Kijk, daar komt die dromer aan.
Vaders prinsje met zijn mooie jas.
Hij komt zeker weer eens kijken wat hij kan gaan klikken bij vader.
'Laten we hem eens een lesje lezen' zeiden ze tegen elkaar.
Ruben, de oudste, schrok toen hij hoorde wat ze van plan waren.
Hij stelde voor: 'Laten we hem in die put gooien. Er staat geen water in.'
Ruben dacht: 'Als het donker wordt haal ik hem daar stilletjes uit en stuur hem terug naar huis.'
Toen Jozef kwam sloegen ze hem in elkaar en duwden hem de put in.
Terwijl Ruben even bij de schapen was kwam er een karavaan langs.
Toen riep Juda: 'Ik heb een idee!
Laten we dat vervelende prinsje verkopen. Dan zijn we van hem af.
Zo verkochten ze Jozef voor 20 stukken zilver.
En ze vertelden aan vader Jacob dat Jozef dat ze Jozefs mantel gevonden hadden,
verscheurd en bebloed. Dat hij vast en zeker door een leeuw aangevallen was.


(Het huis van licht, tussen licht en donker, pag 22-27 vrij bewerkt, Gen 37 )

klik hier om dit verhaal te lezen zoals het in de Bijbel (NBV 2004)  staat